Verschil mobiliteit en flexibiliteit

In de wereld van sport, gezondheid en beweging worden de woorden ‘flexibiliteit’, ‘stabiliteit’ en ‘mobiliteit’ te pas en te onpas gebruikt. Voordat je verder leest, bedenk heel even wat deze woorden voor jou betekenen. Veel mensen gebruiken de woorden flexibiliteit en mobiliteit als synoniem voor elkaar. En hoewel flexibiliteit een component is van mobiliteit, zijn er aanzienlijke verschillen.

  • Flexibiliteit is…
    de mogelijkheid van een spier om passief lengte te creëren.
  • Mobiliteit is…
    de mogelijkheid van een gewricht om actief te bewegen in een range of motion (ROM). Oftewel, het bereik van je beweging. Je ROM is de afstand die je gewricht kan bewegen zonder enige restrictie. 

Van allerlei structuren zijn van invloed op je bewegingsbereik (ROM). Denk aan botstructuren en je fascia. Wanneer iemand mobiel is, kan diegene bewegen zonder daarin te worden beperkt. Maar dit zegt niks over hoe flexibel iemand is. Iemand met een goede flexibiliteit heeft niet altijd de kracht, coördinatie of balans om diezelfde beweging uit te voeren.

Voorbeeld uit de praktijk
Soms denkt iemand dat hij stijve hamstrings heeft. Diegene kan niet bij zijn tenen wanneer hij vooroverbuigt. Wanneer hij dit doet, voelt hij veel rek op zijn hamstrings. De persoon in kwestie denkt dat zijn hamstrings te kort zijn en geeft deze de schuld van het gebrek aan mobiliteit. Als deze persoon echter op zijn rug ligt en één been uitstrekt, haalt hij met gemak een hoek van 70 graden: een heel normaal bereik. Dit is een klassiek voorbeeld van iemand die een normale flexibiliteit heeft, maar bij wie mobiliteit ontbreekt om in bepaalde posities te komen.

Lees ook: Waarom foamrollen niet werkt


Om de begrippen flexibiliteit en mobiliteit goed te kunnen begrijpen, is het handig om te weten wat er precies in de spier gebeurt. Laten we daarom de anatomie van een spier even wat beter bekijken. Op onderstaande afbeelding zie je een doorsnede van een spier.

De spier heeft allerlei compartimenten: de spiervezels. Hoeveel spiervezels je hebt is genetisch bepaald. Om je spier bevindt zich fascia. In de spieren vind je ook kleine bloedvaatjes. De spiervezels kun je bovendien uitsplitsen in andere onderdelen, zoals myofibrillen en sacreren. Maar wat gebeurt er nu precies wanneer je een spier rekt?

Spieren rekken

Wanneer je rekt dan bewegen de spiervezels zich – eenvoudig uitgelegd – van elkaar af. Een spiervezel kan niet gedeeltelijk worden gerekt of gedeeltelijk samentrekken. Dus: of de vezel doet mee of de vezel doet niet mee. Flexibiliteit, dus de mogelijkheid om te kunnen stretchen of rekken, hangt af van hoeveel vezels er uiteindelijk willen rekken. Hierbij speelt je brein een grote rol. Want wanneer je de eerste keer een spier rekt, voel je misschien al snel restrictie of kramp. Dit betekent dat je brein jou een seintje geeft: ‘Stop, tot hier en niet verder’. Maar de tweede keer wanneer je de spier rekt, lukt het je misschien wél om verder te komen. Je brein ‘weet’ nu dat de beweging veilig is en geeft jou in een later stadium het sein dat het genoeg is.

Werken aan flexibiliteit of mobiliteit?

Wil de persoon uit bovenstaand voorbeeld zijn tenen aanraken? Dan heeft hij waarschijnlijk geen baat bij het oprekken van de hamstrings. Diegene zal moeten leren om actief aan mobiliteit en stabiliteit te werken, evenals het sterker maken van de rug- en heupspieren. Oftewel: mobiliteitstraining. Door middel van isometrische contractie kan bijvoorbeeld maximale controle over het lichaam, flexibiliteit en een groter bewegingsbereik worden behaald. Bij isometrische contractie, ook wel statische contractie genoemd, levert de spier kracht zonder beweging. Denk aan de plank. Dit zorgt voor een toename van spierkracht, maar alleen in de gewrichtshoek waarin wordt getraind. Is een toename op de hele bewegingsbaan gewenst, dan moet er in verschillende hoeken worden getraind.

In ons boek ‘Functional Yoga: fysiek en mentaal fit’ komt flexibiliteit en mobiliteit uitgebreid aan de orde, inclusief 180 houdingen, oefeningen en variaties.

Wat is stabiliteit?

Mobiliteit is gerelateerd aan de beweging, terwijl stabiliteit is te relateren aan controle. De stabiliteit van een gewricht hangt onder meer af van de vorm en de grootte van het gewricht, maar ook het kraakbeen waar het bot contact maakt met andere bot. Blessures, zoals scheurtjes en verstuikingen, zorgen ervoor dat gewrichten minder stabiel zijn.

Conclusie:
Alle botten, spieren, bindweefsel en zenuwen in je lichaam vormen een geïntegreerd geheel. Je enkel is verbonden met je knie. Je knie is weer verbonden met je heup. Als een van de gewrichten niet naar behoren werkt, dan kunnen de gewrichten erboven en eronder negatief worden beïnvloed. Hoewel flexibiliteit belangrijk is, kan het blessures niet voorkomen. Iemand kan heel flexibel zijn, maar onvoldoende stabiel en mobiel. Flexibiliteit, mobiliteit en stabiliteit zijn daarom niet ondergeschikt aan elkaar als het gaat om gezond bewegen. Het gaat om het samenspel. Dit noemen we ook wel continuüm.

Meer weten over flexibiliteit en mobiliteit?

Tijdens de interactieve workshops van Yogability komen de onderwerpen flexibiliteit, mobiliteit en stabiliteit aan de orde. Ook mindset, focus en ademhalingstechnieken zijn belangrijke elementen. Nog dieper op de inhoud ingaan? Dan is de opleiding tot Yogability-instructeur wellicht iets voor jou. Hierbij is mobiliteitstraining een belangrijk aspect.

Lees ook:

Chat openen
Hallo 👋
Kunnen we je helpen?